Laaggeletterdheid een TOS

Lees voor met webReader

Laaggeletterdheid een TOS

Waar komt laaggeletterdheid door? Was er soms sprake van een niet geziene TOS? Moet je kunnen praten om te leren lezen? Of moet je kunnen schrijven om te leren lezen? En moet je kunnen spellen om te leren schrijven? Een kleuter leert spelenderwijs letters herkennen. De meeste kleuters leren vervolgens hoe een woord is opgebouwd uit verschillende letters. Dat een woord uit meerdere lettergrepen kan bestaan en sommige woorden rijmen.

In de literatuur kom je tegen dat fonemisch bewustzijn en auditieve discriminatie voorwaarden zijn om te leren lezen en schrijven. Wat nu als ik merk dat dit niet de voorwaarden hoeven zijn om te kunnen lezen. Dat ik eigenlijk deze voorwaarden, die een onmogelijk obstakel lijken, weet te omzeilen? Beelddenkers, letterlijk woord-blind.

Er zijn meerdere “methodes” bekend waarbij uitgegaan wordt van het woordbeeld (denk aan Maria Montessori, Leespraat, Alfa-Bedding). Hier is nog geen groot onderzoek naar gedaan of een theorie over ontwikkeld, voor zover ik weet. Ik heb de afgelopen jaren mijn kinderen en mijn leerling intuïtief lesgegeven. Ik had wel de achtergrond van de gangbare theorie geleerd, maar niet jarenlang in de praktijk gebracht. Daardoor zit ik ook niet gevangen in een methode. Ik ben meer iemand die de lijn van het individu volgt. Juist op zoek gaat naar de uitdaging en ingaat op de mogelijkheden. Dus aansluiten op de interesses en dan de grenzen verkennen. Dat is heel anders dan een vaste lesmethode als uitgangspunt gebruiken. Kunnen spellen, hakken en plakken, rijmen, het hoeft niet.

Natuurlijk is het wel prettig om gebruik te maken van lesmethodes of eigenwijsje, ik kies mijn eigen wegoefeningen. Telkens het wiel zelf uitvinden is erg tijdrovend en een eenzame weg. Zo heb ik als eerste stap gekeken waar de interesse lag en op die manier vertrouwen opgebouwd. Spelenderwijs gekeken wat er mogelijk was.

Niet voor altijd laaggeletterd blijven

In ons geval van een laaggeletterde volwassene (waar in het begin niet gedacht werd dat hij ooit zover zou komen als daadwerkelijk gelukt is) was het niet altijd even gemakkelijk om die mogelijkheden te vinden. Toch lukt het om beter te leren communiceren op volwassen leeftijd en zelfs te leren lezen (en schrijven en rekenen)! Omdat het mij en hem zoveel gebracht heeft, wil ik dit met anderen delen.

In het begin konden we nog geen gesprek voeren samen en kon ik niet overbrengen dat ik te laat aankwam via whatsapp. Binnen twee jaar vergrootte de communicatie zich sterk. Nu kletsen we over van alles wat we door de weeks meemaken en als ik door pech wat later ben kan ik dat kenbaar maken en krijg als reactie een duimpje terug. De passieve woordenschat zat er al, en nu leert hij deze ook actief te gebruiken. De gedachten waren er zoveel, maar deze omzetten in zinnen dát lukte nog niet en nu wel.

Inventiviteit

Omdat ik totaal geen voorkennis had over zijn leven, was ik niet ingeburgerd in zijn sociale situatie. Waardoor ik in het begin niets zomaar begreep en wel een manier moest vinden om er achter te komen. Dat maakt je als begeleider heel inventief. Inmiddels zijn we behoorlijk op de hoogte van het reilen en zeilen van elkaars bezigheden en naaste familie. En worden er mij vragen gesteld over mijn kinderen. Krijg ik een appje als een puzzel af is of het huiswerk is gemaakt.

Als iemand niet veel kan vertellen, wil dat niet zeggen dat jij niet op je eigen niveau kan communiceren. Ga vooral op een normale manier met elkaar om. Een volwassene is geen kleuter. Aansluiten op het interesse gebied en het niveau is heel belangrijk. Ik ben in deze rol als begeleider gedoken met als opdracht leren whatsapp te gebruiken. Mij is niet gevraagd om les te geven in Nederlands of om hem beter te leren spreken. Ik ben dus ook niet in de rol van leerkracht of logopedist gestapt. Ik blijf de begeleider die hem volgt en leidt naar een hoger niveau van zelfstandigheid. Daarbij maak ik wel gebruik van alle vakgebieden om me heen die voorhanden liggen (mijn kennis en ervaring uit opleidingen en werk) .

Opbouwen van vertrouwen en kennis opdoen van interesse

Ik wist dat hij zijn theorie en praktijk had gehaald, dat de borden langs de weg met teksten er op zoals “omleiding” erg ingewikkeld waren. Dat maakte dat ik in kon steken op het onderwerp verkeer en vervoer. Daar heb ik spelletjes en boeken bij gezocht, maar ook plaatjes geprint. Kwartet, memory, tekenen en schrijven. Ik had bewust geen kinderleesboek uit het rek gepakt. Eerst maar eens kijken wat er al spelend naar boven kwam. Voorzichtig gezocht wat de basis kennis zou zijn, hoe hij deed wat hij deed. Wat hij zelf al kon lezen en schrijven. Wat bleek, hij kende het hele alfabet en kon zijn voornaam schrijven.

Later bleek dat hij zeker tot honderd kon tellen. Toen kwam bij mij het idee naar boven dat we met het cijferen toch ook wat moesten. Hoe stopte hij voor de hele week een aantal boterhammen van het hele brood in de vriezer, zodat hij er elke dag weer genoeg brood uit kon halen. En hoe wist ganzenbordspel met sommen en geld kaartjeshij dat ik om half tien kwam en dat het na twee uur afgelopen was? Of hoe deed hij eigenlijk boodschappen en rekende hij af? Niet geremd door enige
kennis vroeg ik hem dingen en liet hij mij dingen zien. We probeerden sommen op te lossen, klok te kijken, meel te wegen, en ons geld te tellen.

Spelend leren ook als volwassene

Samen ontwikkelden we spellen waarbij we sommen en geld konden oefenen. Gebruikten we memory om woorden te schrijven. Hadden we onze vingers nodig om op te tellen en het alfabet op een briefje om woorden te schrijven. Een telkaart tot 100 voor de sommen boven de tien. Zaten we gewoon tegenover elkaar aan tafel in de keuken en schreef ik veel met een stift op papier of liet ik wat achter op zijn keuken white board. In de hoop dat het dan zou beklijven. Ondertussen maakte ik aantekeningen in mijn notitieboekje. Stelde hij steeds meer vragen en had ik steeds meer om op in te haken.

Sommige dingen werkten niet, zoals een woord in lettergrepen hakken of proberen de losse klanken te destilleren. Het automatiseren van sommen ging ook niet gebeuren.

Toch kwamen we vooruit. Door te herhalen en te proberen. Hele woorden lezen en dan maar gewoon spellen volgens het alfabet (zoals het niet hoort op school). Door de memory spellen kwamen alle klanken aan bod en bleek dat het ook niet onmogelijk was om uit te leggen dat onze taal niet logisch in elkaar steekt. Dat je soms een t hoort en toch een d schrijft. Dat woorden uit het Engels of Frans komen en daarom anders geschreven worden.

Wat vooral opviel was dat het passieve taalbegrip groot was en dat het vermogen om te communiceren vergrootte. De wereld om hem heen werd groter en hij voelde zich trots en zelfstandiger worden.

Herhalen en huiswerk maken

Ik heb huiswerk geïntroduceerd, maar dat ging echt niet van zelf. Ik wilde ook niet te veel sturen en te belerend zijn. Het huiswerk moest zelfstandig gemaakt kunnen worden, dat is eigenlijk nog de grootste opgave voor mij. Iets bedenken dat vervolgens alleen een vervolg krijgt. Want samen zijn we heel sterk. Een schriftje met opdrachten, was niet eenduidig. Een werkboekje met schrijfoefeningen wel en een spel met insteek letters ook. Middels een foto kon het resultaat vastgelegd worden en was er de stimulans en beloning doordeweeks via whatsapp. Zo kwam het huiswerk tot zijn recht.

Een boek als Beter lezen is prettig om als basis te hebben maar was te saai of vreemd om als enige middel te dienen. Daar hoorden spellen bij die een lesochtend echt maakten. Spellen als memory, ganzenbord, maar ook Rummikub, woordzoeker en zelfs Regenwormen. De letterdoos en de sommen doos. Het motto was ook altijd komen tot een oplossing en regenwormen optellen met groepjes tot vijf en vijftallen optellenspieken moet. Wat uiteindelijk leidt tot spieken is niet meer nodig en het brein gaat zelf op zoek naar mogelijke oplossingen.

Nu doen we zelfs Risk en Set. Maar ook Take5 en Boggle en het kaartspel van Scrabble. Sommige spellen raakten favoriet en bleven er in, anderen waren er slechts ter afwisseling of kregen een nieuwe dimensie door ze anders te spelen.

Als iemand gewend is om woorden als één geheel te lezen dan kan je daar beter maar gebruik van maken en dit flink oefenen. Als iemand dobbelspellen prettig vindt dan denkt hij bij het rekenen ook in ogen. Dat kan je gebruiken bij het aanleren van rekenvaardigheden.

Het is niet de bedoeling om een volleerd persoon van hem te maken, maar om zijn mogelijkheden te vergroten en met plezier nieuwe dingen aan te gaan. Zou het zo kunnen zijn dat er vroeger sprake zou zijn geweest van een TOS, als we het nu opnieuw bekijken? Zijn de laaggeletterden in ons land allemaal onontdekte TOS-sers? Hoe kunnen we daar wat aan doen!

Een doel stellen

Wel stelden we ons zelf telkens een doel, een haalbaar doel voor ogen. Het spiekbriefje niet meer nodig hebben bij de sommen tot vijf en de tientallen bijvoorbeeld. Het lesboekje Beter lezen uit krijgen. Alle Beeldverhaal boeken lezen. Zelf korte woorden opschrijven, zoals de voor- en achternaam om een pakje aan te kunnen nemen.

Het uiteindelijke doel is toch wel een eigen boek schrijven en dat aanbieden aan de prinses. Maar zover zijn we nog niet. Want een heel nieuw verhaal bedenken is moeilijk (laat staan een dik boek). Wat nu lukt is om hele zinnen te bedenken, door in stripverhalen een ontbrekende zin zelf in te vullen. Daarnaast lezen we de verhalen van Vos en Haas om leeskilometers te maken. Daar is nu ook het huiswerk op gebaseerd. En is net het idee gekomen om de Beeldverhaal boeken opnieuw te lezen en een nieuw kort verhaal te schrijven door zinnen uit te knippen en de woorden in een nieuwe volgorde te leggen.

Mijn missie is om de bestaande boeken makkelijker leesbaar te maken of in elk geval de bestaande verhalen en lesmaterialen aantrekkelijker te maken voor dit type leerling. Hoe dat zal gaan komt de volgende keer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *